π³π± Nederlands β Examen Overzicht
π€ Mondeling Examen
Praktische info
- Totaal: 40 minuten β 20 min voorbereiding + 20 min mondeling
- Voorbereidingstijd: 20 min om alle vragen schriftelijk voor te bereiden
- Mondeling gedeelte: Alleen de literatuurvragen worden besproken
- Vragen: Worden willekeurig getrokken
Onderdelen
- Literatuur β Gezien fragment: Een tekst die je in de les hebt behandeld
- Literatuur β Ongezien fragment: Een onbekende tekst die je ter plekke analyseert
- Termen β 4 kernwoorden + situering in tijd: Situeer de kernwoorden binnen een literaire periode/stroming
- Taalvaardig 1+2+3+4+5: Verschillende taalvaardigheidsopdrachten
Puntenverdeling
- Schriftelijk: /35
- LP5 reflectie: /10
- Literatuur gezien: /30
- Literatuur ongezien: /30
- Spreekvaardigheid: /5
- Termen: /10
- Taalvaardig: /10
- Totaal: /130
π Middeleeuwen β Handschriften
Basisbegrippen
- Handschrift / manuscript: Met de hand geschreven boek. Manu scriptus = met de hand geschreven (Latijn).
- Vanaf Β±1200 verschijnen teksten in het Middelnederlands (volkstaal ipv Latijn).
Perkament maken
- Schapenhuid β basisstof
- Kalken β huid in kalk om haren los te weken
- Schrapen β haren en vleesresten verwijderen
- Spannen β huid op frame spannen om te drogen
- Schrijven β kopiist schrijft met ganzenveer en inkt
Kopiist en boekdrukkunst
- Kopiist: Β±5 pagina's per dag. Dik boek = jaren werk β "monnikenwerk"
- Boekdrukkunst: Pas 15e eeuw. Boeken gedrukt tussen 1453-1501 = incunabelen
Beroepen in de boekproductie
- Kopiist β schrijft tekst over
- Verluminator (verluchtter) β voegt miniaturen/versieringen toe
- Boekbinder β bindt bladzijden samen
βοΈ Beatrijslegende
Basisgegevens
- Taal: Middelnederlands | Periode: 14e eeuw | Genre: Religieuze epiek
Proloogtopoi
- Auteur wordt vernoemd
- Captatio benevolentiae β goodwill van lezer winnen
- Smeekbede aan God β goddelijke inspiratie vragen
- Auctoritas / bron β verwijzing naar bron van het verhaal
- Doelpubliek β aan wie het verhaal gericht is
- Genre β welk soort tekst
- Causa scribendi β waarom het verhaal geschreven is
- Opdrachtgever β voor wie/mecenas
Verhaal
Beatrijs verlaat man en 2 kinderen voor minnaar β 7 magere jaren armoede β berouw β teruggekeerd door mirakel van Maria (die in haar afwezigheid voor de familie zorgde). Man en kinderen zijn er nog steeds.
Religieuze epiek β Kenmerken
- Proloog met topoi β vaste elementen die tekst legitimeren
- Cirkelstructuur: Ordo β Manque β Queeste β Ordo
- Geloof centraal β christelijk geloof bindt het verhaal
- Feodale elementen β spiegelt middeleeuwse maatschappij
- Getallensymboliek β het getal 7 (bijbels: 7 magere jaren uit Genesis)
π΅ Lyriek in de Middeleeuwen
Egidiuslied β Jan Moritoen (14e eeuw)
Soort: Elegie / klaagzang over de dood van een vriend.
Thema's: verdriet, dood, hemel vs. aarde
Tegenstellingen:
- Ik / Jij β dichter (levend) vs. Egidius (dood)
- Leven / Dood
- Verdriet op aarde / Vreugde in hemel
Houding: Berusting, geen opstandigheid. Dichter is eerder jaloers op Egidius' hemelse geluk.
Vorm:
- Rondeel met 2 rijmklanken
- Refrein 3x herhaald
- Strofebouw: 3-5-3-5-3 lettergrepen
- Rijmschema: ABA / BBABA / ABA / ABABB / ABA
Retorische vragen: "Egidius, waer bestu bleven" β waar ben je gebleven? (rhetorisch, antwoord: in de hemel)
"Du coors die doot": Geen zelfmoord! Middeleeuwse uitdrukking: "mijn hart sterft van verdriet" = diepe smart.
Gruuthusehandschrift: Perkamenten boek, ca. 1400, Brugge β belangrijke bron van Middelnederlandse lyriek.
Van der mollenfeeste β Anthonis de Roovere (15e eeuw)
Metafoor: "Mollenfeeste" = sarcastische metafoor voor de dood. De mol (= de dood) organiseert een feest waar iedereen naartoe moet.
Dodendans / Danse macabre: De dood overkomt iedereen β arm of rijk, jong of oud. Niemand ontsnapt. Typisch voor late middeleeuwen (pest, oorlogen).
Vorm:
- Rijm: ABAB-BCBC / DEDE-EFEF (kettingrijm)
- 12 strofes, 8 verzen per strofe
Stokregels: Elke strofe eindigt met een stokregel β steeds een variant op dezelfde boodschap. Bezwerend, onontkoombaar.
Rederijkers: Verenigingen van literatuurliefhebbers (Β±1450), stadsdichters. Typisch voor laatmiddeleeuwse stadscultuur in de Zuidelijke Nederlanden.
(Het volledige gedicht is een lang gedicht met 12 strofes van 8 verzen β hierboven het herhaalde motto/de stokregel dat elke strofe besluit.)
Het waren twee coninckskinderen (anonieme ballade)
Ballade: Episch-lyrisch-dramatisch lied met tragische afloop.
Kenmerken:
- Sprongsgewijze opbouw β verhaal springt van scΓ¨ne naar scΓ¨ne
- Herhaling β refreinen en motieven
- Elementaire thema's: dood, liefde, onmogelijke verhoudingen
- Geheimzinnige elementen β sprookjes/sagen
Verhaal: Twee koningskinderen, onmogelijke liefde. Prins verdrinkt, prinses springt in zee. Beide lichamen spoelen aan op dezelfde dag.
Volksballade: Anoniem, mondeling overgeleverd.
Ballade van de zee β Charles Ducal (1994)
Intertekstualiteit: Verwijst naar "Het waren twee coninckskinderen" β het oude verhaal als spiegel voor hedendaags probleem.
Structuur:
- Strofes 1-4: Referentie aan koningskinderen (prins en prinses die verdrinken)
- Strofe 3+: Wending β vluchtelingen Middellandse Zee
- Strofe 5: Kritiek op uitbuiting
- Strofe 6: "1 min stil" β Europa zwijgt
- Strofe 7: Grenzen dicht
- Strofes 8-9: Geweten van Europa
GeΓ«ngageerde kunst: Kunst met maatschappijkritiek β Ducal gebruikt poΓ«zie om aandacht te vragen voor de vluchtelingencrisis.
Vorm: 2 regels per strofe (behalve laatste), veel enjambementen, klinkerrijm.
π¦ Van den vos Reynaerde β Willem (ca. 1250)
Basisgegevens
- Auteur: Willem (acrostichon in laatste regels) | Stad: Gent
- Genre: Dierenepiek β dieren als personages β satire op menselijke maatschappij
Proloogtopoi (satirisch gebruikt!)
- Auteur vernoemd β | Captatio benevolentiae β | God smeekbede β | Auctoritas β | Genre β | Causa scribendi β | Opdrachtgever β | Doelpubliek β
- MAAR: "Vite" (heiligenleven) voor Reinaert de vos = parodie! "Eeren" (opdrachtgevers) = "heren" (hoeren) β woordspeling/critiek!
Verhaal
- Hofdag Pinksteren: Koning Nobel houdt hofdag
- Klachten over Reinaert: Dieren klagen over Reinaert's bedrog
- 3 boodschappers: Bruun de beer (val) β Tibeert de kater (val) β Grimbeert de das (meegaat)
- Proces β veroordeling
- List met schat β Reinaert vertelt over verborgen schat
- Kriekeputte β Reinaert neemt wraak op Cuwaert
- Pelgrimstocht β Reinaert "gaat op bedevaart" en ontsnapt
- Cuwaert vermoord
- Reinaert ontsnapt β de orde wordt NIET hersteld
Cirkelstructuur
- Ordo: Hofdag β alles in orde
- Manque: Klachten, chaos, onrust
- Queeste: Dagenvaardingen, proces
- Ordo? β Geen echte ordo! Reinaert ontsnapt. De rechtstaat faalt β satirisch.
Dierennamen met betekenis
- Reinaert = "rein van aard" (schijnheilig)
- Isengrim = "bloeddorstige mopperaar"
- Nobel = noble (koning)
- Cuwaert = couard = lafaard
- Cantecleer = "heldere zanger"
- Grimbeert = "beroemde mopperaar"
- Hersinde = "ze heeft er wel zin in"
- Coppe = "kop afgebeten"
- Julocke = "jou lok ik"
- Tibeert = "kleine dappere"
Satire op de maatschappij
- Procesrecht: Het rechtssysteem faalt β Reinaert wint door list, niet door rechtvaardigheid
- Koning Nobel (leeuw): Eer- en gemakzuchtig β laat zich voor de gek houden
- Adel (Isengrim de wolf): Roofridder β gewelddadig, dom, uit op wraak
- Landadel (Bruun de beer): Profiteur β alleen uit op beloningen
- Geestelijkheid: Corrupt β kerk vertegenwoordigd door dwaas en leugenaars
Waarom is Reinaert sympathiek?
Reinaert is de "underdog": slim, gaat tegen gevestigde waarden in, gebruikt zijn verstand tegen de machtigen. Hoewel hij misdadig is, steunt de lezer hem omdat hij de hypocrisie van de gevestigde orde ontmaskert.
π¨ Renaissance & Sonnet
Tijdsbeeld Renaissance β Middeleeuwen vs. Renaissance
- Theocentrisme β Antropocentrisme: God centraal β de mens centraal (humanisme)
- Gemeenschapskunst β Individuele kunst
- Anonieme kunst β Kunstenaar als homo universalis
- Didactisch-moraliserend β Estheticisme (kunst om de kunst)
- Memento mori β Carpe diem (geniet nu ipv denk aan de dood)
- Middelnederlands β Classicisme (teruggrijpen naar klassieke oudheid)
- Focus op inhoud β Vorm versterkt inhoud
Het Sonnet β Basisvorm
Petrarca (1304-1374): Italiaans sonnet
- Octaaf: 2 kwatrijnen, rijmschema ABBA ABBA
- Sextet: 2 terzines, rijmschema CDC DCD
- Totaal: 14 verzen
- Volta / Chute: Inhoudelijke wending tussen octaaf en sextet
Petrarca's Sonnet 292: Eerst beschrijft hij Laura's uiterlijke kenmerken (ogen, armen, handen, voeten, gezicht, haren, glimlachjes). Na haar dood is alles verdwenen β de dichter schrijft geen verzen meer, enkel nog jammerklachten.
Petrarkisme: Navolgers die clichΓ©-metaforen kopieerden (blonde haren, rode lippen, onbereikbare liefde) β de liefde werd een conventie.
(Het volledige sonnet beschrijft Laura's uiterlijke kenmerken één voor één β ogen, armen, handen, voeten, haren, glimlachjes β en eindigt met de vaststelling dat na haar dood al die schoonheid verdwenen is en de dichter geen verzen meer schrijft, enkel nog jammerklachten.)
Shakespeare (1564-1616): Shakespeariaans sonnet
- 3 kwatrijnen + 1 distichon β structuur 4-4-4-2
- Rijmschema: ABAB CDCD EFEF GG
- Sonnet CXXX (My mistress' eyes): ANTI-petrarkistisch! Beschrijft liefde niet als perfect maar als Γ©cht en menselijk β geen vergelijkingen met zonnestralen en rozen, maar gewoon een gewone vrouw die hij liefheeft.
P.C. Hooft (1581-1647)
- Nederlandse renaissancedichter
- Woonde op het Muiderslot
- Sonnetten met alexandrijnen
Sonnet "Mijn lief":
- 12 lettergrepen, jambisch hexameter = alexandrijn
- Chiasme: "Het leven droom, en droom het leven soo gelijck" β kruiselijke woordvolgorde (A-B, B-A)
Sonnet "Geswinde Grijsaert":
- Tijd als personificatie β de tijd wordt een personage
- Oxymoron: "geswinde grijsaert" (snelle grijze ouderdom) β tegenstrijdige begrippen
- Stijlfiguren: alliteratie, assonantie, enjambement, oxymoron, personificatie, polysyndeton
Historische achtergrond Nederlanden 16e eeuw
- Reformatie β Beeldenstorm 1566
- Filips II β Hertog Alva
- Tachtigjarige Oorlog
- Geuzenliederen
- Val van Antwerpen 1585
- Gouden Eeuw Noorden
- Statenbijbel 1637
- Vrede van MΓΌnster 1648
Belangrijke auteurs: P.C. Hooft, Joost van den Vondel, Bredero ("'t kan verkeren")
πΏ Romantiek, Impressionisme, Neoromantiek
Romantiek β Kenmerken
- Verbeelding en gevoel centraal, subjectief
- Weltschmerz: ontevredenheid met de realiteit
- Escapisme: ontvluchten aan de werkelijkheid
- Vlucht naar: ongerepte natuur, verleden, exotisch, geloof, dood, horror, droom, onbereikbare liefde, Sehnsucht (heimwee/verlangen)
- Vanitasmotief: ijdelheid/vergankelijkheid, ruΓ―nes, kerkhoven
- Kunstenaar als individualist/bohΓ©mien, originaliteit belangrijk
Guido Gezelle (1830-1899)
- Vlaamse priester-dichter
- Natuurgedichten
- Beeldend taalgebruik β sensorisch, levendige beeldspraak
- Muzikale poΓ«zie β klank, ritme en melodie belangrijk
Tijdsbeeld 1800-1850
- Franse Revolutie 1789
- IndustriΓ«le revolutie β steden groeien, machines, armoede
- Nationalisme β volkeren zoeken eigen identiteit
Impressionisme (rond 1880)
- Reactie op realisme β persoonlijke indruk/impressie
- Schilderkunst: Monet "Impression, zonsopgang" β vluchtige indrukken, licht, kleur
- Literatuur: "De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie"
Neoromantiek
- Jotie T'Hooft: expressionistisch/neoromantische dichter
- Combineert romantische thema's (verlangen, dood, schoonheid) met modernere vorm
Tijdsbeeld 1850-1914
- Modern Europa: automobiel, vliegtuig
- Socialisme, vakbonden
- Wetenschappelijke vooruitgang vs. spirituele onrust
π₯ Expressionisme & Paul van Ostaijen
Tijdsbeeld Interbellum (1918-1940)
- Lost generation β generatie die de Eerste Wereldoorlog meemaakte
- Roaring twenties β decadente levensstijl, feesten, jazz
- Beurscrash Wall Street β massale werkloosheid
- Avant-garde / Modernisme: expressionisme, futurisme, kubisme, dadaΓ―sme, surrealisme
- Verzet tegen burgerlijk-kapitalistische samenleving β alles moest anders
Expressionisme
- Schilderkunst: Permeke, Munch "De schreeuw" β felle kleuren, vervorming
- Expressie van innerlijke beleving, niet uiterlijke werkelijkheid
- Gevoel boven verstand
Paul van Ostaijen
- Bekendste Vlaamse expressionist
- Evolutie: van romantisch naar expressionistisch
"Music-Hall" (1916/1917):
- Visuele poΓ«zie β typografische experimenten
- De vorm van het gedicht op de pagina is net zo belangrijk als de tekst
"De zeppelin van...":
- Oorlogsgedicht β de zeppelin (luchtschip) symbool van technologische vernietiging
Bezinningsgedichten:
- Filosofische reflectie over het leven, de tijd, het bestaan
π·οΈ Onomastiek (Naamkunde)
Wat is onomastiek?
- Onomastiek = studie van eigennamen
- Antroponymie = persoonsnaamkunde (onderdeel van onomastiek)
4 Groepen familienamen
- Verwantschapsnamen
- Vadersnamen / patroniemen: -zoon, -sen (Jansen, Willems, Pietersen)
- Moedersnamen
- Familierelaties: De Neve (de neef)
- Geografische namen
- Steden, dorpen: Van Parijs, Van Damme
- Voorvoegsels: Vermeersch (van Meersche), Vandenbossche (van den bos)
- Beroepsnamen
- Visser, De Boer, Smits, Raemaekers, Bakker, Smit, De Wever
- Eigenschapsnamen
- Lichamelijk: De Groote, De Lange, De Jong
- Karakter: De Vriend, De Sterk
- Dierenmetaforen: Devos (de vos), De Wolf, De Haan
Oorsprong voornamen β 6 lagen
- Germaans (oudste laag)
- Tweestemmige namen met wapens/strijd/roem
- Boudewijn = dappere vriend | Bernard = dapper als beer
- Albert = adel + beroemd | Richildis = machtig + strijd
- Bijbels-christelijk (vanaf 10e eeuw)
- Hebreeuws, Grieks, Latijn
- Maria, Petrus, Johannes, Nicolaas, Anna, Jacobus
- Klassieke oudheid (renaissance 15e eeuw)
- Alexander, Hector, Achilles, Octaaf, Venus
- Heropleving interesse in Griekse/Romeinse cultuur
- Franse invloed (18e eeuw)
- Louis, Jacques, Jules, HenriΓ«tte, Charlotte, Antoine
- Angelsaksisch/Scandinavisch (2e helft 20e eeuw)
- Kevin, Kelly, Brian, BjΓΆrn, Ingrid, Amber
- Niet-Europees (laatste kwart 20e eeuw)
- Mohammed, Sofia, Amir, Fatima, Youssef, AΓ―sha
- Migratie en globalisering
Etymologisch vs. Associatieve betekenis
- Etymologische betekenis: Oorspronkelijke betekenis van de naam. Vaak vervaagd in de loop der eeuwen. (Bijv. Boudewijn = dappere vriend, maar de meesten weten dat niet meer.)
- Associatieve betekenis: Wat de naam oproept bij mensen β klasse, religie, regio, etniciteit, leeftijd, status. (Bijv. "Kevin" roept in Vlaanderen/Nederland bepaalde associaties op.)
Belangrijke concepten
- Nomen est omen = "de naam is een voorteken" β de naam zegt iets over de drager
- Identiteit: individueel (wie ben ik?), psychologisch (hoe beΓ―nvloedt mijn naam mij?), collectief-cultureel (welke groep hoor ik bij?)
Trends in naamgeving
- Van groepsgedrag naar distinctiviteit: Vroeger koos iedereen uit dezelfde kleine naamengroep (groepsidentiteit). Nu willen ouders een unieke naam.
- Migratie: Namen uit andere culturen verrijken het aanbod
- Ontlening: Namen worden overgenomen uit andere talen/culturen
- Variatie in spelling: Zelfde klank, andere spelling (Kaat vs. Cat, Sanne vs. Zanne)
- Wens tot uniekheid: Ouders willen dat hun kind opvalt