← Terug naar overzicht

🧬 Biologie

Proefwerk 10/06/26 — Tweede semester

H4: Morfologie van de cel

Organisatieniveaus

Van klein naar groot:

  1. Atoom
  2. Molecule
  3. Celorganellen
  4. Cel
  5. Weefsel
  6. Orgaan
  7. Stelsel
  8. Organisme
  9. Populatie
  10. Ecosysteem
  11. Biosfeer (aarde)

Functionele indeling van levende wezens

Levende wezens worden functioneel ingedeeld op basis van hun organisatie en hoe ze functioneren als organisme.

Microscopie

TypeKenmerken
LichtmicroscoopObserveren met zichtbaar licht
Transmissie-elektronenmicroscoopObserveren met elektronenbundel, dunne snedes
Scanning-elektronenmicroscoop3D-beeld van oppervlakken

Celtypes

TypeVoorbeelden
ProkaryotenBacteriën — geen echte celkern
Eukaryoten — dierlijke celZenuwcellen, spiercellen, epitheelcellen
Eukaryoten — plantaardige celPlantencellen met celwand, chloroplasten

Eukaryoten vs Prokaryoten

EigenschapEukaryootProkaryoot
CelkernJa, met kernmembraanNeen (nucleoïde)
MemblaanorganellenJa (mitochondria, ER, Golgi...)Neen
Ribosomen80S (groter)70S (kleiner)
DNALineair, in chromosomenCirkelvormig
GrootteOver het algemeen groterKleiner

Belangrijke celorganellen

H5: Eiwitsynthese

Begrippen

Verloop eiwitsynthese

Transcriptie (in celkern)

  1. DNA-helix "smelt" — waterstofbruggen verbroken
  2. RNA-polymerase maakt kopie op matrijsstreng → pre-mRNA
  3. RNA-processing: pre-mRNA wordt bewerkt tot mRNA
  4. mRNA verlaat de celkern

Translatie (in cytoplasma, op ribosomen)

  1. Initiatie: Ribosoom vormt zich bij startcodon 5' AUG 3'. tRNA met anticodon 3' UAC 5' brengt methionine
  2. Elongatie: Ribosoom schuift per codon, tRNA brengt aminozuren, keten groeit
  3. Terminatie: Bij stopcodon valt ribosoom los, polypeptide komt vrij

Eigenschappen van de genetische code

📝 Oefening: codonzon

Van gegeven DNA-streng → mRNA → aminozuren (met codonzon tabel).

Stappen:

  1. Bepaal de matrijsstreng (complementair aan coderende streng)
  2. Maak mRNA aan (complementair aan matrijsstreng, U i.p.v. T)
  3. Lees tripletten (codons) van 5' → 3'
  4. Vertaal elk codon naar aminozuur via codonzon

H6: Celcyclus

Fases van de celcyclus